Terug naar de berichten
Kinderen en hun afweer.
De IgG-concentratie (antilichamen die ons beschermen tegen infectieziekten) in het bloed van de pasgeborene is vrijwel gelijk aan die van de moeder. In de eerste drie levensmaanden verdwijnt dit moederlijke IgG geleidelijk uit de circulatie van het kind, terwijl de synthese van eigen IgG bij het kind slechts langzaam op gang komt. Op de leeftijd van circa 3 maanden bereikt de IgG-concentratie van het kind daardoor een dieptepunt, om daarna geleidelijk te stijgen naargelang het kind bloot gesteld wordt aan infecties. Zuigelingen hebben tijdelijk minder vaak infectieziekten omdat ze nog beschikken over een voorraad antistoffen van hun moeder.
Antistoffen worden ook uitgescheiden in de moedermelk, waardoor kinderen die borstvoeding krijgen beter beschermd zijn tegen vele micro-organismen die onder mensen circuleren en zo met minder ongemakken hun immuniteit kunnen opbouwen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze unieke anti-infectieuze eigenschappen klinisch relevant waren voor ontwikkelingslanden maar ook voor de Westerse wereld. Uitsluitend borstvoeding tot de leeftijd van 6 maanden is de algemene aanbeveling (WHO).
Uittreksel van "infectieziekten bij kinderen" van het Antwerps farmaceutisch tijdschrift (nummer 3-2005)
Terug naar de berichten |